Hoe legt u vast welke ingrepen een arts-assistent al zelfstandig mag doen, zodat het rooster meegroeit met de opleiding?
U geeft een arts-assistent per vaardigheid een niveau van 1 tot 10. Een activiteit eist een minimumniveau; wie daaronder zit, plant PlanUp er niet op.
Door het PlanUp-team ·
U geeft een arts-assistent per vaardigheid een niveau van 1 tot 10, en u geeft elke activiteit een minimumniveau. Zit de assistent onder dat niveau, of is zijn vaardigheid verlopen, dan plant PlanUp hem er niet op. Haalt hij het niveau wel, dan kan hij erop. Verhoogt u later zijn niveau, dan telt dat bij de volgende toewijzing en het volgende rooster. Zo groeit het rooster mee met de opleiding.
Dit artikel gaat over de vaste, blijvende bekwaamheid van een assistent. Gaat het om een tijdelijke uitzondering voor één persoon op één activiteit, lees dan een bekwaamverklaring vastleggen.
Waarom een niveau en geen nieuwe functie?
PlanUp heeft geen apart veld voor het opleidingsjaar. U zou per jaar een eigen functie kunnen maken. Maar bekwaamheid loopt zelden gelijk met het jaar. De ene arts in opleiding tot specialist (AIOS) doet een ingreep al vroeg zelfstandig, een ander later. Een niveau per vaardigheid volgt dat preciezer: per persoon en per ingreep.
Het niveau is een getal van 1 tot 10. Op het scherm ziet u soms ook de woorden beginner, competent, proficient en expert. Die staan voor 3, 5, 7 en 10.
Een vaardigheid kan een vervaldatum hebben. Na die datum telt zij niet meer mee. Hoe u vaardigheden en hun geldigheid in het algemeen vastlegt, leest u in vaardigheden en hun geldigheid vastleggen.
Stel een minimumniveau in bij de activiteit
Bij een activiteit koppelt u een vaardigheid als verplicht of als optioneel, met een minimumniveau. Alleen een verplichte vaardigheid houdt iemand tegen. U kunt dat op een paar manieren inzetten:
- Zelfstandig of onder supervisie. Heeft u voor dezelfde ingreep een activiteit voor zelfstandig werk en een voor meekijken? Geef de zelfstandige variant dan een hoger minimumniveau.
- Diensten. Een dienst die alleen een ervaren assistent aankan, krijgt een minimumniveau op de bijbehorende vaardigheid.
- Supervisie erbij. Met de regel Supervisor-co-presentie eist u daarnaast dat er een supervisor bereikbaar of in huis is. Zie een supervisor in huis bij een dienst van een AIOS.
Wat ziet u als het niveau te laag is?
PlanUp noemt dan de reden, met het huidige en het vereiste niveau. Bijvoorbeeld: heeft 4, vereist 6.
Deze toets hoort bij de vaste systeemregel Kwalificatie-eisen. Die regel heeft twee schakelaars: Strikt (standaard aan) en Noodvulling toestaan bij tekort (standaard uit). Zet u Strikt uit of Noodvulling aan, dan houdt een ontbrekende vaardigheid niemand meer tegen. Laat beide daarom staan, tenzij uw vakgroep daar bewust voor kiest.
Wat geldt bij een operatiekamer van de specialist?
Een AIOS kan een plek op de operatiekamer (OK) van een specialist overnemen, of meelopen. Die plek komt uit een afleidingsregel op de koppeling tussen het specialisten- en het assistententeam. Per regel kunt u drie dingen eisen:
- de assistent heeft elke verplichte vaardigheid van de OK;
- die vaardigheden zijn niet verlopen;
- ze hebben minstens een bepaald niveau.
Zo voorkomt u dat een assistent te vroeg alleen op een OK staat. Lees meer in een AIOS bij de OK van de specialist inplannen.
Wat doet u bij een tussentijdse beoordeling?
Soms is een assistent na een beoordeling bekwaam verklaard voor één activiteit. Zijn niveau heeft u dan nog niet aangepast. Voor die tussentijd legt u bij de activiteit een bekwaamverklaring vast. Daarbij horen een reden, een verantwoordelijk specialist en een einddatum. Een co-assistent kan zo'n verklaring niet krijgen. Daarna past u het niveau aan, zodat de verklaring niet meer nodig is.
Spelen vaardigheden ook mee bij stages?
Ja, op twee punten. De supervisor van een stage moet de vaardigheid van dat specialisme hebben, of een vaardigheid waarvan de naam met 'fellow' begint.
Daarnaast telt een vaardigheid als licht signaal bij de keuze tussen assistenten. Heeft een assistent een vaardigheid met dezelfde naam als het specialisme van de activiteit, maar loopt hij daar geen stage? Dan krijgt hij een lichte voorrang boven assistenten zonder dat signaal. Wie die stage wel loopt, gaat voor.
Hoe helpt PlanUp hierbij?
PlanUp legt de bekwaamheid per assistent en per vaardigheid vast als niveau van 1 tot 10. Elke toewijzing wordt getoetst aan het minimumniveau van de activiteit of van de afleidingsregel. Een verlopen vaardigheid telt niet. Een tussentijdse verklaring overbrugt de periode tot u het niveau aanpast.
Lees ook het verschil tussen AIOS en ANIOS in het rooster.
Voor de technisch geïnteresseerde
De niveautoets valt onder systeemregel SYS-02 (Kwalificatie-eisen). De supervisie-eis is regel X-23. Afleidingsregels heten op het scherm Derivatie-regels.
Wilt u zien hoe PlanUp dit voor uw vakgroep oplost?
In dertig minuten bespreken we uw eigen teams, activiteiten en regels.
Plan een kennismakingsgesprek