Hoe vertaalt een vakgroep het opleidingsprogramma van arts-assistenten naar instellingen in het rooster?
Met herbruikbare programma's: een vakgebied-programma bepaalt de activiteiten van een stage, een supervisor-programma met wie de assistent meeloopt. Regels vullen dat aan.
Door het PlanUp-team ·
U vertaalt een opleidingsprogramma met herbruikbare programma's die u aan stages koppelt, aangevuld met regels voor opleidingstijd, supervisie en arbeidstijden. Een vakgebied-programma bepaalt welke activiteiten bij een stage horen. Een supervisor-programma bepaalt met welke supervisor de assistent meeloopt. PlanUp past dat toe elke keer dat u het rooster laat maken.
Stap 1: zet het stageschema in periodes
Begin met wie wanneer welke stage loopt. Dat zet u per arts in opleiding tot specialist (AIOS) als periodes in het Assistenten programma, met specialisme, start en eind. Hoe dat werkt, leest u in stages en rotaties per arts-assistent plannen.
Stap 2: maak vakgebied-programma's
Een stage in een vakgebied ziet er voor elke assistent grotendeels hetzelfde uit. Daarom maakt u onder Programma's een herbruikbaar programma van het type Vakgebied, bijvoorbeeld voor de stage vaatchirurgie. U kiest:
- Specialisatie-groep(en) uit het team. Met extra labels maakt u samengestelde codes. Groep GE met label MA wordt dan GE/MA.
- Activiteiten: alle activiteiten van het specialisme, of een losse selectie die u zelf aanvinkt.
- Voorkeurs-supervisor (optioneel). Die moet een vaardigheid hebben met de naam van het vakgebied, of een vaardigheid als fellow.
Heeft de stage zelf geen supervisor? Dan telt de voorkeurs-supervisor als supervisor van de assistent, voor de regel dat een assistent nooit alleen staat. Kiest u geen supervisor, dan controleert PlanUp dat minstens één lid van de gekozen groepen die vaardigheid heeft.
Koppelt u het programma aan een stageperiode, dan worden de activiteiten van het programma de activiteiten van die stage. Het programma bepaalt ook het specialisme van de periode. Tijdens de stage krijgt de assistent op die activiteiten voorrang. En hij komt niet op activiteiten van een andere stage.
Stap 3: maak supervisor-programma's
Voor meelopen maakt u een programma van het type Supervisor. U kiest:
- Supervisor: de assistent loopt mee op de activiteiten van deze supervisor.
- Activiteiten (optioneel): PlanUp telt alleen activiteiten mee die de supervisor zelf mag doen. Kiest u niets, of blijft er niets over? Dan loopt de assistent mee op alle klinische activiteiten van de supervisor in diens eigen team: poli, taak, ingreep en visite.
- Sterkte koppeling: zacht (een voorkeur) of hard (een eis).
- Telt mee voor bezetting: aan betekent dat de assistent meetelt, uit dat hij alleen meekijkt.
Is het programma aan een stage gekoppeld, dan zet PlanUp de assistent als meeloper naast de supervisor. Dat gebeurt alleen binnen de stageperiode. Het gebeurt nadat het rooster van het team van de supervisor is gemaakt.
Soms maakt een regel tussen de teams al automatisch een plek voor een assistent bij een dienst van de specialist. Dan geldt die regel, en slaat PlanUp het meelopen bij die activiteit over. Zie een arts-assistent laten meelopen met een supervisor.
Stap 4: zet de regels eromheen aan
Een opleidingsprogramma heeft ook randvoorwaarden. Die zet u per team aan. Alle vier staan standaard uit:
- Opleidingstijd (AIOS): een minimaal aandeel opleidingsactiviteiten, standaard 40 procent. Zie opleidingstijd van een AIOS beschermen.
- Supervisor-co-presentie: een assistent staat nooit alleen. Een hard supervisor-programma werkt alleen via deze regel. Dan moet er op diensten een supervisor in huis zijn. Dat mag ook een andere supervisor zijn dan de benoemde.
- AIOS uurlimieten (naar de Arbeidstijdenwet, ATW): gemiddeld hooguit 48 uur per week over een periode van 16 weken. Beide zijn in te stellen.
- Zachte landing voor nieuwe teamleden: minder diensten in de eerste weken. Zie een nieuwe arts-assistent rustig laten inwerken.
Wat gebeurt er als u een programma wijzigt?
Een gekoppeld vakgebied-programma beheert de activiteiten van de periode. Losse activiteiten aanvinken bij die stage kan dan niet meer. Ontkoppel eerst het programma.
Slaat u een gewijzigd programma op, dan past PlanUp het opnieuw toe op alle gekoppelde stages die nog niet voorbij zijn. Afgelopen stages blijven zoals ze waren. Met Programma opnieuw toepassen op volgende generatie doet u dat voor één periode. Bestaande roosters veranderen niet. De wijziging werkt door bij het volgende rooster dat u laat maken.
Wat gebeurt er als u een programma stopt?
Zet u een programma op inactief, dan verdwijnt het uit de keuzelijst. Verwijdert u het, dan maakt PlanUp het los van de stages. De activiteiten en meeloopkoppelingen die het programma had gemaakt, verdwijnen dan ook. Meeloopkoppelingen die u zelf rechtstreeks maakte, blijven staan.
Hoe helpt PlanUp hierbij?
PlanUp vertaalt een opleidingsprogramma naar herbruikbare bouwstenen. Dat zijn vakgebieden met hun activiteiten, supervisoren om mee te lopen, en regels voor opleidingstijd, supervisie en arbeidstijd. U koppelt ze aan de stage van elke assistent. PlanUp past ze per dag toe. Lees ook een supervisor in huis bij een dienst van een AIOS.
Voor de technisch geïnteresseerde
De vier regels uit stap 4 zijn X-09 (Opleidingstijd), X-23 (Supervisor-co-presentie), X-10 (AIOS uurlimieten) en X-30 (Zachte landing).
Wilt u zien hoe PlanUp dit voor uw vakgroep oplost?
In dertig minuten bespreken we uw eigen teams, activiteiten en regels.
Plan een kennismakingsgesprek